Totaal aantal pageviews

zaterdag 19 november 2011

DE DUIKER (roman)

             




                   De dichter Bob Pluimzwaaier noemt zichzelf een 'verbofiel'; hij houdt van de woorden en de woorden houden van hem. Van beroep is hij duikinstructeur. Hij bereidt een speech voor vanwege zijn 15-jarig jubileum bij het bedrijf Dolphin, waarbij als voornaamste herinnering de verdwijning van een van zijn leerlingen, Marty, opduikt, die in het begin van de jaren zeventig tijdens een duikersoefening niet meer boven water is gekomen. Zijn spiritueel ingestelde vriendin Laila helpt hem met het schrijven van de speech.

Via een tip van Tim, een andere voormalige leerling die naar Amsterdam is verhuisd, komt deze op het spoor van Marty. Bob en Marty gaan samenwonen en ontfermen zich over Nick, het 14-jarige neefje van een vriend van Bob, Lucas, die bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen. De jongen, die met een moeilijke thuissituatie te maken heeft, wil graag leren duiken. De met de nazi's sympathiserende Tim heeft andere plannen met Nick. Na allerlei rondzwervingen met Lammert, een van Tims pupillen, beseft Nick waar hij thuishoort.

In de eerste roman die de gelovige Bob schrijft, verhaalt hij van zijn belevenissen met Marty, Tim en Nick, en ook van die met de schilder Guido, die bij Marty en hem in komt wonen, en diens model, de 14-jarige Raimond. De jaren negentig zijn dan inmiddels voorbij. Het internettijdperk is aangebroken, maar de invloed van de televisie doet zich nog wel gelden en Bob schrijft daar geamuseerd over.

Aan het eind van zijn leven laten de geliefde woorden hem in de steek.

DE DUIKER